index

Welke density kies je bij een pruik? 130, 150 of 180 procent

Voor de meeste vrouwen is 130 of 150 procent de meest natuurlijke density bij een pruik. 150 procent is de middenweg en wordt het vaakst gekozen: vol genoeg om gezond te ogen, licht genoeg om de hele dag te dragen. 180 procent geeft zichtbaar volume en past bij wie een vollere look wil of lang haar draagt. Onder de 130 procent oogt een pruik al snel dun, boven de 180 procent zelden natuurlijk bij dagelijks gebruik.

Density is een van die woorden die je pas tegenkomt als je al aan het zoeken bent. Je ziet 130 procent, 150 procent en 180 procent bij dezelfde pruik staan en er staat nergens bij wat dat betekent voor hoe je er straks uitziet. Hieronder leggen we het rustig uit, zodat je bij het passen weet waar je naar kijkt. Wil je de losse termen eerst op een rij, lees dan de woordenlijst met pruiktermen voor beginners. Twijfel je vooral over wat goed staat bij jouw gezicht, dan kun je dat het snelst zien tijdens wat een pasafspraak inhoudt.

Wat betekent density bij een pruik eigenlijk?

Density is de hoeveelheid haar die op de cap is ingezet, uitgedrukt als percentage. Het getal vergelijkt de pruik met een referentiehoeveelheid: 100 procent staat voor een gemiddelde volle haardos, 150 procent voor anderhalf keer zoveel haar op dezelfde cap.

Twee dingen zijn goed om te weten. Het getal zegt niets over de kwaliteit van het haar en niets over de constructie eronder. Een pruik van 150 procent kan van echt haar of van vezel zijn, met lace front of met een hele lace cap. Density gaat alleen over hoeveel haar er zit. Daarnaast is er geen wereldwijde norm: de 150 procent van de ene fabrikant oogt voller dan de 150 procent van de andere. Daarom is het percentage een richtlijn om mee te beginnen, niet een maat zoals je hoofdomtrek dat is. Die meet je wel precies, en hoe dat gaat lees je in het artikel over je hoofd opmeten voor een pruik.

130, 150 of 180 procent: wat zie je in de spiegel?

Het verschil tussen deze drie is in een foto klein en op je hoofd groot. Zo ziet het er in de praktijk uit.

Density Hoe het oogt Past vaak bij
110 tot 120 procent Fijn en licht, je ziet de hoofdhuid bij de scheiding vrij snel Wie van nature fijn haar had en zich daarin herkent
130 procent Natuurlijk en rustig, vergelijkbaar met gemiddeld Nederlands haar Dagelijks dragen, werk, een ingetogen look
150 procent Vol maar niet zwaar, de scheiding blijft dicht De meeste vrouwen, zeker bij schouderlengte
180 procent Duidelijk volume, zichtbaar meer haar dan gemiddeld Lang haar, krullen, wie bewust een vollere look wil
200 procent en hoger Zeer vol, valt op en voelt zwaarder Podium, fotografie, speciale gelegenheden

Het verschil tussen twee naast elkaar liggende percentages is klein op papier en duidelijk zichtbaar zodra je ze naast elkaar op je hoofd ziet. Volume oogt op een foto anders dan het voelt na een dag dragen, en dat is precies waarom passen zoveel scheelt.

Welke density past bij jouw gezicht?

Kies de density die past bij wat je gewend was, niet bij wat er vol uitziet op een productfoto. Haar wordt bij vrijwel iedereen fijner met de jaren, en een pruik die veel voller is dan je eigen haar ooit was, valt daardoor op.

Een paar richtlijnen die in de spiegel meestal kloppen. Bij een smal gezicht geeft iets meer density zachtheid rond de kaaklijn. Bij een voller gezicht doet minder density juist meer, omdat het gezicht dan niet ingesloten raakt. En bij een lichte huidtint valt een te dichte scheiding minder op dan bij een donkere, omdat het contrast tussen haar en hoofdhuid kleiner is. Neem een foto mee van hoe je haar eruitzag toen je het nog had: dat is het eerlijkste ijkpunt dat er is.

Density en lengte horen bij elkaar

Dezelfde density oogt bij verschillende lengtes totaal anders. Bij lang haar verdeelt hetzelfde aantal haren zich over meer centimeters, waardoor de punten dunner ogen. Bij kort haar zit al dat haar dicht op elkaar en oogt het juist voller.

Praktisch betekent dat: bij een bob of schouderlengte is 130 tot 150 procent meestal genoeg. Bij 22 inch of langer kiezen veel vrouwen 150 tot 180 procent, anders lijken de punten leeg. Bij krullend haar mag je een stap lager, omdat krul uit zichzelf al volume maakt. Kies je toch 180 procent bij een kort model, dan wordt het al snel een kapsel dat je aandacht vraagt in plaats van een kapsel dat meebeweegt.

Density en comfort: wat je hoofdhuid ervan merkt

Meer haar is meer gewicht, en dat gewicht rust op je hoofdhuid. Bij een enkel uur merk je dat nauwelijks. Bij twaalf uur dragen wel.

Dit weegt extra zwaar als je weinig of geen eigen haar meer hebt, bijvoorbeeld bij alopecia of tijdens een behandeling. Er zit dan geen laag eigen haar tussen de cap en je hoofdhuid die het gewicht verdeelt, en de hoofdhuid zelf kan gevoeliger zijn dan je gewend was. Een pruik van 180 procent voelt dan warmer en zwaarder dan hetzelfde model in 150 procent. We werken in die situatie met een volledig haarwerk dat op de hoofdhuid rust, en dan is iets lichter meestal prettiger dan iets voller. Meer over comfort bij dagelijks dragen staat in het overzicht van de verschillende soorten pruiken.

Waar density het snelst verraadt dat je een pruik draagt

Niet aan de punten, maar bij de scheiding en de haarlijn. Bij een echt hoofd groeit het haar aan de voorste centimeters dunner en onregelmatiger dan op de kruin. Een pruik waarbij de haarlijn net zo dicht is als de rest, oogt daardoor als een helm, hoe mooi de lace ook is.

Goede haarwerken hebben daarom een lagere density aan de voorkant, met losse babyhairs die de overgang zachter maken. Kijk bij het passen dus niet eerst naar de lengte, maar naar de eerste drie centimeter vanaf je voorhoofd en naar hoe de scheiding oogt bij daglicht. Over het verschil in lace dat daarbij hoort lees je meer in het artikel over HD lace en transparent lace.

Kun je de density later nog aanpassen?

Eén kant op wel. Bij een pruik van echt haar kan een haarwerkspecialist haar uitdunnen, laagsgewijs en voorzichtig, zodat de pruik lichter valt. Dat is fijnwerk en het is onomkeerbaar, dus het gebeurt in kleine stappen.

De andere kant op kan niet. Haar bijzetten op een afgewerkte cap gaat niet zonder de knoopjes en de haarlijn te verstoren. Twijfel je tussen twee percentages en draag je de pruik dagelijks, kies dan de lichtere en kijk hoe hij na twee weken voelt. Twijfel je bij een pruik voor speciale gelegenheden, dan mag de vollere. Bij een pruik van vezel laten we uitdunnen liever aan de specialist over, omdat vezel niet terugveert zoals echt haar. Wat er bij dagelijks onderhoud verder komt kijken staat in de verzorgingsgids voor je GlamLace.

Wat dit bij Adore My Wig betekent

Bij ons is density geen vast getal dat je online aanvinkt, maar iets wat we tijdens de afspraak samen bepalen. We zetten verschillende opties naast elkaar, zodat je het verschil ziet in plaats van erover leest.

Een pruik op schouderlengte ligt bij ons rond de 1.500 euro, 22 inch echt haar rond de 1.775 euro. In dit segment beginnen andere aanbieders vaak pas bij 3.000 tot 4.000 euro. De levertijd is gemiddeld vijf tot zes weken; we noemen bewust geen vaste datum, omdat een haarwerk met de hand wordt gemaakt en die tijd per stuk verschilt. Je kunt kiezen uit drie soorten afspraak: een privé wig consult in de salon in Amstelveen, een online videocall, of een medisch haarverlies consult bij dr. Damri. De anti-slip wig grip band gaat om hygiënische redenen niet retour.

Bekijk de collectie met pruiken en prijzen om te zien wat er mogelijk is, of plan direct een pasafspraak in Amstelveen. Wil je eerst rustig lezen, dan kun je het handboek van Adore My Wig doorbladeren. Ben je nog helemaal aan het begin, dan helpt de complete gids over een pruik kiezen je verder, en voor de prijsvraag is er het artikel over wat een goede pruik kost.

Veelgestelde vragen over density bij een pruik

Wat is de meest gekozen density bij een pruik?

150 procent wordt het vaakst gekozen. Het is vol genoeg om gezond te ogen en licht genoeg om dagelijks te dragen. Bij kort haar of een voller gezicht kiezen veel vrouwen 130 procent.

Is 180 procent density te veel?

Niet per se, maar het valt eerder op. 180 procent past goed bij lang haar en bij wie bewust een vollere look wil. Bij een kort model of bij dagelijks dragen op werk oogt het vaak zwaarder dan bedoeld.

 

Welke density staat het meest natuurlijk?

De density die in de buurt komt van het haar dat je zelf had. Voor de meeste vrouwen ligt dat tussen 130 en 150 procent. Een foto van vroeger is daarbij het beste ijkpunt.

Maakt density een pruik zwaarder?

Ja. Meer haar betekent meer gewicht op je hoofdhuid en vaak ook iets meer warmte. Draag je een pruik de hele dag, dan is dat verschil na een paar uur merkbaar.

Kan een pruik uitgedund worden als hij te vol is?

Bij echt haar kan een haarwerkspecialist de pruik voorzichtig uitdunnen. Dat gebeurt in kleine stappen omdat het niet terug te draaien is. Haar bijzetten op een afgewerkte pruik kan niet.

Welke density is prettig bij alopecia of tijdens een behandeling?

Meestal iets lichter, dus 130 tot 150 procent. Er zit geen eigen haar tussen de cap en je hoofdhuid, waardoor gewicht en warmte directer voelbaar zijn. Wat prettig zit verschilt per persoon, en dat merk je het beste tijdens het passen.

Betekent een hogere density betere kwaliteit?

Nee. Density zegt alleen hoeveel haar er op de cap zit. De kwaliteit zit in het haar zelf, de knooptechniek, de lace en de pasvorm.

Hoe weet ik welke density bij mij past zonder te passen?

Je kunt een richting bepalen op basis van je vroegere haar, je lengte en je gezichtsvorm. Zeker weten doe je het pas als je twee opties naast elkaar ziet, in daglicht en op je eigen hoofd.